“De vestibule van Dagobert Duck”

Op excursie naar het depot van het Rijksmuseum in Lelystad

rijksmuseum

Met de auto vroeg op de weg naar Lelystad voor een bezoek aan het depot van het Rijksmuseum. Best moeilijk om het adres te vinden op het internet. De beveiliging van rijks stukken zal daar zeker een rol bij spelen, denk ik dan. Aangekomen op het bedrijventerrein zie ik een dubbel hek en grote saaie golfplaten dozen. Misschien wel het meest saaie gebouw in de omgeving. We hebben vooraf onze kentekens doorgegeven en nu ik kom aanrijden staat de slagboom open. Dat valt mij alweer enorm mee. Ik zie de deelnemers al staan en dit maal ben ik gelukkig niet als laatste gearriveerd. Blij elkaar te zien en vol verwachting begroeten we elkaar. Mij wordt verteld dat je een legitimatiebewijs moet tonen in verband met de beveiliging. “Ewa heeft geen legitimatie”, roept een van de deelnemers in mijn richting. Ik kijk haar vragend aan, “jij bent de docent!”. Och dat is waar ook, bedenk ik mij, bij calamiteiten ben ik het eerste aanspreekpunt. Ewa krijgt toch haar pas zie ik. Gelukkig nu ik nog. Ik bedenk me dat ik enkel een rijbewijs uit 2003 kan tonen, een armzalig vod in drie delen. Ik verontschuldig mij bij de portier. Ja, het is het enige dat ik heb en ja, nodig aan vervanging toe .. ha ha. Ik probeer licht gegeneerd wat van de situatie te maken en krijg de pas, en neem mij voor dit nu toch echt deze week te gaan regelen. Tony maakt een paar foto’s en dat is niet de bedoeling, de beveiliging reageert direct. Wilt u dat even laten zien klinkt het vanachter het metersdikke glas. Die moeten worden gewist. Ik heb zelf een spiegelreflex camera bij me en hoop die toch nog wel wat kiekjes van de groep te kunnen maken.

Er gaat een deur open. Een man met zwarte sweater met Rijksmuseum achterop stapt op de groep af. Het is Dennis en hij zoekt de docent. Ja dat ben ik, zeg ik en op de vraag of we compleet zijn kan ik zeggen dat dit nog niet zo is. Fridy is ziek weet ik en Arne is er nog niet en… Laten we toch maar gaan zegt Dennis kordaat, als je hier een bus mist ben je gauw anderhalf uur verder. Dan heeft wachten niet heel veel zin bedenk ik mij.  Het depot wordt gedeeld met de Rijksmunt zo wordt ons verteld. Het is gebouwd als opslag voor de euro en vervolgens is jarenlang al het Nederlandse geld hier vernietigd. Nu ligt in vier van de zes hallen nog muntgeld opgeslagen voor diverse landen. Ik zie kratten met Malta erop. Allemaal dubbeltjes en kwartjes denk ik. We lopen er aan voorbij. Eerst krijgen we uitleg over de ruimten. Het Rijksmuseum heeft twee hallen in gebruik, een grote hal die zo lek als een mandje grote stukken herbergt. Ook stukken die afkomstig zijn van het gebouw van het Rijksmuseum zelf en dus uit de tijd van architect Cuypers. De hal is acht meter hoog. Kennelijk moesten er veel euro’s op elkaar kunnen worden gestapeld. Nu staat er van alles en nog wat. De PTT telefooncel, een model waar ik ook nog wel in gebeld heb, staat als prominent voorbeeld van erfgoed opgeslagen. Andere stukken behoorden tot de vaste inventaris van het Rijksmuseum. Er staan ook zaken waar eigenlijk nooit wat mee gebeurd zegt Dennis. Weggooien of afstoten gebeurd eigenlijk niet, dat ligt gevoelig. Het klimaat is binnen gelijk aan buiten. In de herfst komen hier zwermen vliegjes hun heil zoeken. Die sterven vrij snel en vallen dan naar beneden en kom je vervolgens overal tegen.

De andere hal heeft een binnen box en een split-level. De ruimte is dan economischer in te richten. Ook wordt het klimaat zorgvuldig in de gaten gehouden. De luchtvochtigheid is constant en de temperatuur verschild hooguit één graad. We blijken toch foto’s te mogen maken, echter niet van de beveiliging en niet verspreiden via de sociale media. Mijn jas en tas met camera heb ik dan al afgeven en ik behelp mij met de telefoon. We krijgen uitleg over de schilderijrekken. Daar weet ik zelf ook nog wel iets van, uit mijn kunstacademie tijd. Hans Sizoo de kunstgeschiedenis docent heeft ons als studenten ooit meegenomen naar een depot in de kelder van het Rijksmuseum. Dat zal inmiddels vijfentwintig jaar geleden zijn. Met Dennis wat heen en weer gesproken over de precieze plek in het gebouw. De rekken zien er nog hetzelfde uit en de schilderijhaken zijn ook uit deze tijd. “Daar zijn er ooit heel veel van gemaakt, dus we kunnen nog wel een tijd voort”, zegt Dennis. We zien wat opmerkelijke stukken. Een stadhouder te paard geschilderd op een groot schildpaddenschild. Een tegeltableau met een tuin scene waar een zwarte vrouw rijke blanke dames bedient. Een portret van Wilhelmina aan stukken gesneden tijdens de oproer van de revolutie in Batavia. “We proberen de scheuren zo zorgvuldig mogelijk te bewaren”, zegt Dennis. Voor de kwaliteit van het schilderij hoef je het niet te doen, denk ik, opmerkelijk dat dit nu een tweede leven krijgt als historisch momentum.

We schuifelen vervolgens door naar de meubelen. De gangpaden zijn erg nauw. Verplaatsen is spierballenwerk zegt Dennis. Je kunt de rekken ook iets van elkaar af en naar elkaar toe bewegen. Er staan mooie stukken uit verschillende tijden en stijlen. Sommige zijn afgedekt en anderen niet. De groep heeft veel vragen voor Dennis. Over het registratie systeem, het verplaatsen en vervoeren; Dennis legt geduldig uit. We gaan via het poppenhuis naar lange rijen met metalen kasten waarin kleinere voorwerpen liggen achter glas. Een glazen pistool, keramieken beeldjes. Alles met een kaartje eraan en met een nummer. Op de tweede verdieping staan grote glazen kasten met wapens. Sabels en zwaarden, kruisbogen en lansen. Je zult het in je flikker krijgen zeg ik tegen Gijs. Hij wijst mij op een extreem kromme sabel en vraagt Dennis of zij ook iets hebben uit de Eerste Wereldoorlog. Helaas dat is niet voorhanden. Wel staan er maquettes en een schaalmodel van een sluis. Ook zie ik kleine meubeltjes op schaal in de schappen. Wat is het merkwaardigst dat Dennis ooit heeft gezien, wordt hem gevraagd. Hij verteld van twee houten tempelwachters uit Japan die als mummie ingepakt uit de kist zijn getakeld en vervolgens strategisch en voorzichtig uitgepakt. Een mooi verhaal dat goed aansluit bij de opdracht voor de middag.

In groepen gaan deelnemers het vervoer uitdenken voor vier voorwerpen van Nederland naar België. Iedere groep doet een voorstel voor vervoer en een andere groep reflecteert en presenteert. Voor de lunch krijgen we een preview van de voorwerpen. Als begeleider loop ik langs alle voorwerpen, steeds een groepje achterlatend. Een harnas, een jurk, een grote linnenkast en een metersgroot schilderij. De jurk is het lastigst vertrouwd Dennis mij toe. De andere stukken zijn wat beter te verpakken. Met Dennis bekijk ik een laat gotisch schilderij van Johannes de Dooper. Het is beschadigd en wordt enkel gerestaureerd als het ooit aan een tentoonstelling meedoet of als het dreigt te vergaan. Het hangt hier nu enkel voor wetenschappelijk onderzoek. Johannes is niet de enige die het daglicht niet snel zal zien. Rekken vol met heiligen en portretten van welgestelden. Soms wordt er wat uitgeleend aan musea in binnen of buitenland. We gaan via de tweede verdieping naar de kantine. Een ware invasie voor een ruimte waar normaal niet meer dan vier man tegelijk luncht. Tijd genoeg om nog even de opdracht voor de komende twee weken te bespreken. Gelukkig heb ik alles op papier en kan deze worden uitgereikt.

Het is middag en de groepen gaan aan de slag. We zitten in een soort zijruimte waar een antieke kast staat uitgestald om te worden gefotografeerd. Ook is een keukenblok met foto’s in schilderijlijsten erboven en staan er tafels en stoelen. Uit mijn ooghoek zie ik Jaap de ruimte binnenkomen die Dennis begroet. De groepen gaan serieus met elkaar aan de slag. Deelnemers bespreken alle aspecten die van belang zijn voor het inpakken, vastpakken en transporteren van de voorwerpen. “Maken jullie een verslag dat je kunt achterlaten voor de tweede groep”, vriendelijk maar gebiedend richt Jaap zich tot de groepsleden.  De groep naast mij is zo druk in gesprek dat men het bijna vergeet. Om twee uur beginnen de presentaties. Leuk te zien dat er met zoveel aandacht wordt geluisterd. Jaap stelt vragen en vult aan. Deelnemers reageren op elkaar en wijzen op omstandigheden en doen suggesties. “Komen we met de kast in het geboortehuis van Pietje Puk of in een modern museum met een dienstlift”, zegt Tony met Amsterdams accent. Het is zo’n opmerking die je vreemd genoeg bijblijft van deze dag. “Haal je de kast uit elkaar of vervoer je deze als geheel?”, vraagt Jaap. Rond half vier zijn we klaar. Jaap en ik bespreken nog stukken voor de opleiding als de anderen al zijn vertrokken. Uiteindelijk gaan ook wij via beveiligde deuren langs de zakken vol met munten naar de voordeur. Daar wordt in de vestibule de tas gecontroleerd. Waarschijnlijk het hoogtepunt in de dag van de beveiliger.

Over Marco Cornelisse

Docent op het Hout- en Meubileringscollege. Ik ben senior docent verbonden aan de opleiding meubelmaken niveau 4. Daarbij ben ik ambassadeur voor Square, SYNQ en projectleider voor het hmc Innovatielab.
Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.