Leren door Reproduceren, Symposium Woodcraft 2022

Robbellijst schaafmachine een reproductie naar een 18de eeuw origineel

De alumni van Malmstens hebben in het tweede weekend van september het symposium ‘Woodworking tools and techniques – Past, Present & Future’ georganiseerd in Stockholm, Zweden. Dit internationale symposium heeft 120 deelnemers uit dertig landen samengebracht. De deelnemers zijn professionals verbonden met het materiaal hout, zoals kunsthistorici, meubelmakers, conservatoren, ontwerpers en ambachtslieden. Naast de twee volle symposium dagen met lezingen hebben we ook diverse locaties bezocht, zoals het openlucht museum Skansen, de Malmstens Linköping Universiteit, het Mobeldesignmuseum met werk van afgestudeerden en het Skokloster kasteel dat op 50 minuten rijden noordelijk van Stockholm ligt. En natuurlijk hebben we ook kennis gemaakt met elkaar, contacten kunnen leggen en oude en nieuwe bekenden ontmoet. Inspirerend waren de reproducties van gereedschappen zoals Nederlandse profielschaven en profielschraapmachines. Indrukwekkend waren de zeer dun gedraaide houten schalen en het ontwerpproces van een serie stoelen uit één m3 hout.

Dag 1 vrijdag 16 september

We ontmoeten elkaar in het Swedish History Museum en meer specifiek de Barockhallen, een historisch ingerichte ruimte met beelden, schilderijen en architectuurelementen. We kijken vandaag naar voorbeelden in het kader van onderzoek. Voor het dateren van meubelen worden de zaag- en bewerkingssporen van handgereedschappen bestudeerd. Beitelsporen en specifieke manieren van zagen en aftekengereedschappen zijn naar bepaalde tijdsperiodes te herleiden. Deze sporen worden vergeleken met historische bronnen zoals teksten (beschrijvingen van inventarissen) en afbeeldingen. Pollen en zaden die zich in de lucht bevinden geven een indicatie over de plek waar een meubel heeft gestaan. Een methode om kennis te verkrijgen over maaktechnieken en functionaliteiten is door meubelen of meubelonderdelen na te maken op historische wijze. Door het reproduceren kunnen aannamen worden onderbouwd. Het Skokloster Slot, het grootste privaat gefinancierde bouwwerk in Zweden uit de 17de eeuw, herbergt een indrukwekkende verzameling Nederlandse schaven uit de zeventiende eeuw (zie ook: https://hyvelbenk.wordpress.com/2015/04/25/tools-from-skokloster-castle-in-sweden/). Om de werking van de schaven te kunnen bestuderen zijn, na historisch onderzoek, reproducties gemaakt. De beitelprofielen zijn daartoe vergeleken met profielen die voorkomen in historische gebouwen in Noord Holland en Friesland. Ook zijn ter vergelijking de heften van de schaven naast exemplaren gelegd die zijn gevonden in scheepswrakken.

De Japanse houtsnijder en kunstenaar Kenji Komatsu verteld over de traditie van het snijden in Japan. Dit zowel in voedsel, sushi is meest bekend, als in hout door schaven en beitelen. De whetstone en de omgeving waar je slijpt is van belang voor het resultaat. Een beitel kan samengesteld zijn uit hard en zacht staal. Urasuki is een soort holling in het snijdeel van de beitel. Bepaalde gereedschappen kun je aanpassen aan persoonlijke wensen, bijvoorbeeld hoe deze in de hand passen. Belangrijk is om stappen te laten zien in het maakproces. Ook voorbeelden van hoe het niet moet zijn belangrijk tijdens de instructie.         

Japanse snijtraditie verwoord (links) en Kenji Komatsu geeft toelichting op traditionele Japanse jas (rechts)

Het Rijksmuseum heeft voor de tondo Paradise Herrimet de Bles 1541-1550, een rond schilderij, een vervanging laten maken door Iskander Breebaart (oud hmc-er). Voorafgaand aan de uitvoering is een programma van eisen opgesteld en is ook gekeken naar vergelijkbare historische voorbeelden. In Sketchup is een model getekend ter oriëntatie en voorbereiding van het maakproces. De profilering van het frame is overgenomen van een voorbeeld uit dezelfde tijd. Met een schenkeltechniek is de ronding gemaakt. Er is een schraapstaal gemaakt om het profiel te kunnen schrapen in het hout in de richting van de klok. Na het schrapen wordt het profiel ingesmeerd met dierlijke lijm – rabbit skin glue – om de kalklaag te kunnen aanbrengen. Om de lijst geheel rond te krijgen en het paneel te vlakken is deze verwarmd en voor een periode van drie weken geklemd. Naast het overtuigende resultaat zijn aannames in het werken met oude technieken onderbouwd.

Maken van een lijst voor een tondo (rond schilderij uit de 15de eeuw

Een andere studie waarvan de resultaten in het Slot te bekijken zijn is een robbellijst schaafmachine en een machine om rozetten te maken in (ebbe)hout en ivoor (zie ook: https://liu.se/en/news-item/hon-ger-1600-talets-tekniker-nytt-liv). De werking van de machines wordt aan het publiek toegelicht door korte films. De originele machines bestaan uit een houten frame met metalen functionele onderdelen. Bij deze machines blijft het metaal vaak bewaard, maar gaat het hout verloren. De onderzoekster Josephine Erckrath zegt zelf dat ze voor haar onderzoek genoodzaakt was de machines na te bouwen om de functionaliteit te kunnen testen. We kunnen de machines op maandag bekijken in Skokloster Slott.

Robbellijst en rozet schaafmachines in Skokloster Slott

In het slot is het dak zeer grondig gerestaureerd nadat dit onder druk van diverse reparaties door de eeuwen heen gedeeltelijk is ingestort. Tijdens deze restauratie is gezocht naar methoden die in de tijd van de barok zijn toegepast, dit om zo dicht mogelijk bij de originele constructie en maaktechnieken te kunnen blijven. Er zijn vergelijkingen gemaakt met daken van gebouwen in Centraal Europa in de tijd van de barok. In de vergelijking wijken sommige delen van de dakconstructie af. Met name de hoekoplossingen waren niet goed geconstrueerd. We zien afbeeldingen van het dak tijdens een ingrijpende renovatie. Oude maaktechnieken komen onder andere terug in het gebruik van handschaaf voor het maken van groeven, waarna de houtdelen in de lengte met een bijl worden gekliefd. Het is een effectieve manier van panlatten maken zonder dat deze worden gezaagd.

Dak van Skokloster Slott tijdens restauratie (links) en Nederlandse handgereedschappen (rechts)
Schaven van een groef (links) en het splijten met een bijl (rechts)

De reconstructie van een houten speelinstrument uit 1640 van de Antwerpse instrumenten-bouwer Ioannes Ruckers wordt als onderzoek gepresenteerd. Dit instrument is door de tijd heen een aantal malen gerenoveerd en nu niet langer bespeelbaar. De onderzoeksopdracht luidt om een reconstructie te maken door middel van oude maaktechnieken. Aan het begin van de studie wordt het instrument geanalyseerd, en naast de historie en culturele betekenis ook de klankkast en de dikte van het hout met x-ray in kaart gebracht. Om de gebruikte gereedschappen te kunnen inventariseren worden bronnen geraadpleegd o.a. Cornelis Gagaerts werkplaats 1842 (Vlaming) die staat beschreven in een inventaris. Ook afbeeldingen en schilderijen van werkbanken en het handgereedschap worden bestudeerd naast de bewerkingssporen, bijvoorbeeld profielschaven of een fineerpers.

Gereedschappen die in de 18de eeuw werden gebruikt in de instrumentenbouw

Van de Duitse meubelmaker Ebenist Joseph Schneevogl (1795-‐1864) is een schrijfkabinet uit 1805 in empire stijl, uitgevoerd in mahonie (fineer) en niet gepatineerd brons onderzocht. Aan het kabinet zit veel rondwerk en de vraag is hoe dit is uitgevoerd? Ook wordt naar profielen gekeken. Het meubel is volledig opgemeten en van binnen en buiten bestudeerd. In de historische studie zijn diverse bronnen geraadpleegd. Van 1844-1864 is blad in het Duitse taalgebied uitgeven met beschrijvingen van technieken voor het meubelmaken. Bepaalde onderdelen aan het kabinet zijn in segmenten van massief hout gemaakt en geschenkeld, speciaal de rondingen. Andere delen zijn met mahonie fineer bedekt. Het mahonie fineer is bobbelig en wordt bevochtigd en met vloeipapier en gewichten gevlakt. Ook dit vlakken is zoveel mogelijk op een authentieke wijze nagedaan. Voor de ronde zijden aan het meubel is het fineer gelijkmatig bevochtigd en behoedzaam op de ronde vorm gebogen, een proces waarvan verschillende onderdelen goed moet worden beheerst. De insnijdingen in het originele fineer om ronder vormen te kunnen maken zijn letterlijk gekopieerd. Het fineer is in holten geperst door mallen en contra mallen. De binnenzijden bleken lastig te politoeren. De resultaten van de studie zijn gepresenteerd in het museum voor decoratieve kunsten in Berlijn. Het namaken van meubelen op deze wijze – door praktisch onderzoek – is zeer leerzaam maar vraagt veel tijd. Het inpassen in een bestaand curriculum van een opleiding vraagt aandacht. In de toekomst worden ook andere meubelen worden nagebouwd met studenten. Niet iedere student is geschikt voor deze manier van leren en het wordt aan de student zelf overgelaten in te schatten of het passend is.

Schrijfkabinet in empire stijl (links) en rondingen en fineerwerk (rechts)

Dag 2 – 17 september

Op de tweede dag van het symposium kijken we naar afbeeldingen van kasten van Jan van Meekeren. Dit is de enige meubelmaker uit de 17de eeuw waar met zekerheid meubelen aan kunnen worden toegeschreven. In een vergelijkend onderzoek is gekeken naar de wijze waarop het fineerwerk op het blindhout is geplakt en welke soort meubelconstructies zijn toegepast. Van de totaal veertien meubelen staan twee in kasteel Amerongen. Deze worden gemonitord op klimaat veranderingen omdat het kasteel met de getijden meebeweegt. Opvallend is de wijze waarop het fineer is geplakt over de zwaluwstaart verbinding van een lade, en de wijze waarop het fineer is doorgestoken tot in de constructie.

Constructie van een Van Meekeren kast (links) fineer op delen met rechts bovenin het insteken van fineer (rechts-boven)

Na Van Meekeren bekijken we de constructies in het werk van Gerrit Rietveld uit het begin van de twintigste eeuw. In voorbeelden van meubelen van Rietveld zien we de open en eenvoudige constructies die deze meubelmaker heeft toegepast, en naar de functionele uitstraling van houten meubilair. Rietveld past de deuvel verbinding toe en maakt eenvoudig vormgegeven meubelen die massaal industrieel kunnen worden geproduceerd. Hij publiceert de stoel easy chair in 1919 met de toelichting en dat de vorm het materiaal overwint. Van de easy chair zijn veel reproducties gemaakt. Bij het bestuderen zijn ook de verf- en zaagsporen in kaart gebracht.

Deuvelverbindingen in Rietveld meubelen (links) en een reconstructie van de easy chair (rechts onder)

Thomas Tempte was een Zweedse meubelmaker die veel meubelen heeft gerestaureerd en nagebouwd tot aan zijn dood in 2016. Hij heeft daarvoor meubelen bestudeerd zoals die van farao Toetanchamon, waarbij ook de Egyptische gereedschappen en maaktechnieken zijn bestudeerd. Fineer zaagmachines en intarsia werk is gekopieerd en ook zijn originele ontwerpen als vertrekpunt en inspiratie gebruikt voor nieuw hedendaags werk. Van de hand Tempte zijn de machines te zien op zondag.

Een kunstenaar die werkt volgens technieken die komen van voor de industriële revolutie verteld over oude maaktraditie die in onbruik zijn geraakt bij huidige generaties. Hij maakt functionele producten in hout en geeft ook workshops om met name kinderen te inspireren met de simpelheid en effectiviteit van primitieve gereedschappen te werken om deze te ontdekken. Met deze gereedschappen ben je niet afhankelijk van elektriciteit en de simpelheid van de bewerkingen onderstreept dat je als mens met jezelf werkt en daardoor een directe beleving hebt met het materiaal en de bewerking.

Krukjes van Tempte (links) en traditionele handgereedschappen (rechts)

De houtdraaier Ulf Jansson heeft zich als houtdraaier bij uitstek op basis van zijn mathematische kennis en ervaring in digitalisering en zijn senso motoriek bij het maken van houten kommen die ultradun, 1,5 mm, worden gedraaid. Hij gebruikt zeer scherpe beitels (vlak- en ringbeitels) en draait het hout relatief langzaam tot 500/600 rpm. Na het draaien gebruikt hij geen schuurpapier aangezien dit het hout kan beschadigen, iets dat we eerder op het hmc gezien hebben in de documentaire Carving the Devine, zie: https://marcocornelisse.wordpress.com/2020/03/10/taste-the-perfection-carving-the-divine/.

Draaien van houten schalen (links) met oog oor en op gevoel (rechts)

The churchill Fellowship, een fonds in Groot Brittannië, ondersteund onderzoek naar maatschappelijke relevante thema’s met een beurs, in dit geval naar een ‘’decline of skills’’ in United Kingdom in Noord America en Noord Europese landen. Daar waar kinderen vroeger in een traditionele gezinssituatie werden geënthousiasmeerd om voor een praktisch vak te kiezen gebeurt dit heden ten dagen veel minder; wat ook blijkt uit de tekorten in ambachtelijke beroepen in verschillende landen. De Sylva Woodschool staat een revival van de Britse houtbewerkingscultuur voor door creativiteit en excelleren in het ambacht te bevorderen en gebruikt daarbij zelf verbouwd hout als materiaal. Evon Dunstone geeft een lezing over houtsoorten in Australia en gereedschappen om deze te kunnen bewerken. De kwaliteit verschilt per boomsoort zoals Sydney Blue tree, Rock Maple, Black Wood en Brown timber. Per soort worden aandachtspunten genoemd en zien we stalen met voorbeelden. In Australië en Nieuw Zeeland is houtbewerking op dit moment heel populair.

Ten slotte zien we werk van een meubelontwerper David Ericsson die stelt dat design is Not ‘Less is More’ but About Being Obvious. Samen met studenten heeft hij een onderzoek gedaan naar houten stoelen en stoelconstructies gemaakt vanuit één m3 hout. We zien een groot aantal constructieve oplossingen en inspirerende voorbeelden.

Ontwerper David Ericsson geeft een toelichting op zijn werk (links) en de stoelencollectie van 1 m3 hout (rechts)

Aan het einde van de dag en in de avond staat een diner gepland in openlucht museum Skansen dat ligt op het eiland Djurgården en is geopend in 1891. In het museum wordt de geschiedenis van Zweden getoond met architectuur, natuur en dieren in gevangenschap. We bezoeken een houtwerkplaats uit de 19de eeuw, een restauratieatelier en een patriciërswoning uit de 18de eeuw.

Skansen meubelfabriek (links) en paalwoning (rechts)
The Allotment huts (links) en 18-eeuws interieur (rechts)

Op zondag staan bezoeken aan de universiteit en het Mobeldesignmuseum met een collectie van 900 design meubelstukken van meer dan 300 ontwerpers. Je kunt via internet door de virtuele tour de collectie bekijken. Naast de vaste opstelling zijn ook de examenwerken te zien van 40 studenten van vijf design opleidingen in Zweden, waaronder de Liu Malmstens.

Mobeldesignmuseum met de collectie van de Memphis Groep 1981-1988 (links)
Ex-Works 2022, eindexamen tentoonstelling

Op maandag gaan we met de bust naar Skokloster Slott. We vertrekken van het busstation op Centralen, het centraal station van Stockholm. De bus staat op de borden aangekondigd wat het zoeken enorm vergemakkelijk. Dit kasteel wordt net als Amerongen niet verwarmd en deze maandag is nat en koud en dus binnen in het slot fris. We worden ontvangen in de kerk die naast het slot staat. Het is een in Duits baksteen opgetrokken kerk en één van de oudste stenen kerken in Zweden. In het kasteel krijgen we koffie, koekjes en een broodje. De catering is net als het programma en de organisatie uitstekend. In groepen bezoeken we de verschillende ruimten in het slot. De groep waar ik deel van ben bezoekt de grote niet afgebouwde balzaal. Bouwwerken in de 17de eeuw werden gefinancierd indien middelen voorradig waren. Bouwvakkers kregen hun loon in geld of bijvoorbeeld in natura zoals bier uitgekeerd. Voor de bouw van dit slot is Nederlands gereedschap aangeschaft dat bekeken kan worden in de torenkamer. Het is de grootste collectie Nederlands handwerkgereedschap uit de zeventiende eeuw die nog compleet is.

Bord met verwijzing naar de Habo Buss (links) en selfie met het kasteel (rechts)
De gidsen (linksboven) de niet afgebouwde zaal (rechts boven)
de torenkamer met Nederlands gereedschap uit 17-eeuw (linksonder) schaven (rechtsonder)
Boven rechts en links de indrukwekkende dakconstructie en de pannen die zijn aangesmeerd en onder de schaafmachines voor robbellijsten en rozetten

In de middag kunnen de meubelen worden bekeken en onderzocht. De aanwezigen conservatoren en restauratoren schijnen enthousiast op de verschillende meubelstukken zoals een vergulde consoletafel en een ebben houten kast met inlegwerk van ivoor.

Diverse meubelen kunnen worden bestudeerd op maandagmiddag

Aan het einde van de dag vertrekt de bus naar Stockholm waar ik na aankomst de trein neem richting het vliegveld. Het symposium is daarmee ten einde.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen