Van museum Vrolik wordt niet iedereen blij

museum-vrolikIn het kader van de module maatregelen rond voorwerpen zijn we in een relatief klein museum genoemd naar de collectie van vader en zoon Vrolik, thans behorend bij de Universiteit van Amsterdam en gehuisvest in Academisch Medisch Centrum in Amsterdam. Half tien verzamelen we aan de oostzijde van het AMC en ik twijfel of het niet te vroeg is voor een donderdagochtend op deze locatie. De tweede jaars staan op één na keurig te wachten in de hal bij de receptie. Het blijkt de studenteningang van het ziekenhuis. Veel relatief jonge bezoekers met laptops en ook om de hoek van een van de gangen achter het museum is een soort van Engelse pub waar ongetwijfeld veel kennis wordt uitgewisseld. De collectiebeheerder van het museum heet ons welkom en we dalen direct af naar de atoombom vrije zone van het ziekenhuis, gebouwd om als noodhospitaal te kunnen dienen na een aanval met atoomwapens in de jaren tachtig van de vorige eeuw, doen de ruimten dienst als depots en bewaarplek.

We bekijken stellingen met de skeletten van dieren en ander curiosa. Zo staan glasplaten met hersen-plakjes in dozen te wachten tot zij een definitief plekje krijgen. De opdracht aan onze studenten luidt, de depotruimte schouwen op de inrichting en het risico op schade en verval, door het toepassen van de tien generieke schadefactoren. De studenten krijgen gelegenheid om een en ander zelfstandig in kaart te brengen door het uitvoeren van een opdracht. Na een kwartier verplaatsen we naar een tweede depot. Het is een wandeling door gangen en langs gesloten deuren. Het tweede depot heeft een geheel andere uitstraling. Ook hier worden vragen gesteld en voorwerpen bekeken, waaronder een enorme galsteen ter grootte van een tennisbal als een rariteit in de verzameling. Uiteindelijk gaan we naar het laatste, zogenaamde ‘natte’, depot. Hier staan veel dierlijke en menselijke delen in glazen potten op ‘sterk water’. Er ontstaat een korte discussie over ethiek en over waar deze collectie eigenlijk voor bedoeld is.

In de uiteindelijke museale opstelling op de begane grond is een veelheid van voorbeelden van menselijke en dierlijke vergroeiingen te zien, fascinerend opgesteld en mooi uitgelicht. Ik kijk naar voorbeelden van ‘fouten in het natuurlijke groeiproces’, waarschijnlijk door infecties voor de geboorte. In St. Petersburg heb ik een deel van de collectie van de Amsterdamse apotheker Albertus Seba (1665-1736) bekeken die indertijd is aangekocht door Tsaar Peter de Grote en meegenomen naar Rusland. Het blijkt een bescheiden collectie als ik die vergelijk met de collectie van Vrolik. We worden gevraagd geen foto’s te maken, het is immers een studiecollectie voor studenten geneeskunde. In Google kom ik treffende plaatjes tegen van dit museum waarvan ik er één gebruik voor deze blog (foto ANP, via trouw.nl). Het bekijken van de collectie kan niet iedereen bekoren. In de pauze voorafgaand aan de groepsopdracht in het museum wordt een van de studenten dusdanig niet lekker dat verdere bestudering van de collectie voor haar geen optie is. De collectie vraagt om een sterke maag en een onderzoekende blik en uiteindelijk om  conserverende maatregelen om deze nog lang te kunnen behouden.

Over Marco Cornelisse

Docent op het Hout- en Meubileringscollege. Ik ben senior docent verbonden aan de opleiding meubelmaken niveau 4. Daarbij ben ik ambassadeur voor Square, SYNQ en projectleider voor het hmc Innovatielab.
Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.